Roger McGowen

English

Français

Nederlands

Achtergrond en Geschiedenis van de Doodstraf
De achtergrond van de doodstraf

“Bestraffing met de dood is verderfelijk voor een samenleving, daar het een voorbeeld van barbaarsheid geeft. Is het niet absurd dat de zelfde wet die doodslag verafschuwt en bestraft, zelf zou moorden in het openbaar om zodoende moord te voorkomen?” - Cesare Beccaria (Italiaanse denker uit de 18e eeuw)

“Er bestaat geen wredere tirannie dan die gepleegd wordt onder de mantel der wet en in de naam van de gerechtigheid” - Montesquieu (Franse politicus en filosoof uit de 18e eeuw)

Korte geschiedenis van de doodstraf in West-Europa

De Sumerische codex van koning Ur-Nammu (Mesopotamië, ca. 2100 voor Christus) bevat de oudste bekend optekening van de doodstraf; daarin wordt gestipuleerd dat de misdrijven moord, verkrachting, roof en overspel met de dood moeten worden bestraft. Drie eeuwen later, kende de beroemde Codex van koning Hammurabi (Babylonië) de doodstraf toe voor vijfentwintig verschillende misdrijven. De Draconische wetten van Athene in de 7de eeuw voor Christus schreef de dood voor als enige straf voor iedere soort vergrijp of misdaad, van het stelen van een appel uit een boomgaard tot moord met voorbedachte raad of verraad. In die tijd, werden mensen die schuldig werden bevonden aan een (hals)misdaad, door kruisiging, verdrinking, de brandstapel of spietsen ter dood gebracht.

Over de afgelopen tweeduizend jaar, heeft de geschiedenis van de doodstraf in West-Europa veel ups and downs gezien, met korte perioden van afschaffing, zoals bijvoorbeeld tijdens de heerschappij van Willem de Veroveraar in Engeland in de 11e eeuw, en aan het einde van de 18e eeuw in het Groothertogdom van Toscane en Oostenrijk. Er zijn ook perioden geweest met zeer veel executies, in het bijzonder in Engeland tijdens de heerschappij van Hendrik de 8ste (15e eeuw), and ook later, in de 18e eeuw toen 222 verschillende misdrijven, bijvoorbeeld het afzagen van een boom of het stelen van een konijn, met de dood werden bestraft. Frankrijk zag een ware explosie aan executies tijdens en vlak na de Revolutie aan het einde van de 18e eeuw (men schat dat ongeveer 40.000 mensen ter dood zijn gebracht tussen 1789 en 1799), en in het bijzonder tijdens de Terreur toen de “Wet op de Verdachten” werd aangenomen, die het mogelijk maakte iedereen aan te houden en ter dood te brengen die zich verdacht gedroeg. In een periode van negen maanden in 1793-1794, werden 16.000 naar de guillotine gestuurd, en minstens zoveel overleden in de gevangenis. In sommige steden werden er zoveel ter dood veroordeeld, dat mensen massaal door kanonvuur werden gedood, omdat men vond dat met de guillotine doden, één voor één, te veel tijd kostte.

Gedurende de Middeleeuwen, werden misdaden zoals moord, heiligschennis, roof en (hoog)verraad met de dood bestraft, maar in sommige perioden werden ketterij en een aantal afwijkende zienswijzen ook gezien als halsmisdaden.

In de 19e eeuw, werd de doodstraf in de meeste Europese landen alleen gegeven voor moord met voorbedachte raad en (hoog)verraad, en aan het einde van die eeuw, werden Portugal en Nederland in Europa, en Venezuela, Costa Rica, Brazilië en Ecuador in Latijns Amerika, de eerste landen die de doodstraf afschaften (behalve voor verraad in oorlogstijd).

Na de Tweede Wereldoorlog en na het aannemen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mensen in 1948, werd de druk op het afschaffen van de doodstraf steeds groter in West-Europa. In de meeste landen werden de laatste ter dood veroordelingen uitgesproken in de jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog, voor verraad, collaboratie met de vijand en oorlogsmisdaden, en meerdere landen hebben de doodstraf kort daarna officieel verbannen. Hoewel sommige landen zoals het Verenigde Koningrijk, Ierland, Griekenland, België, Spanje, Frankrijk en Luxemburg de doodstraf nog steeds hanteerden in hun boeken van strafrecht jaren en zelfs decennialang na het einde van de oorlog, werden executies zeer zeldzaam. Frankrijk werd het laatste land in West-Europa dat formeel de doodstraf afschafte, in 1977.

De doodstraf in de Verenigde Staten van Amerika

“Een kwade daad word niet afgelost door een kwade daad van vergelding. Gerechtigheid word nooit bevorderd door het nemen van een menselijk leven. Deugdzaamheid wordt nooit hoog gehouden door legale moord” – Coretta Scott King, weduwe van Martin Luther King, Jr.

De doodstraf werd geïntroduceerd in de Nieuwe Wereld door de eerste Europese kolonisten. Sir Thomas Dale, grondlegger van de Jamestown kolonie en eerste Gouverneur van Virginia, stelde de Goddelijke, Morele en Krijgse Wetten in, waarin een hele rits aan vergrijpen en misdaden de doodstraf door openbare ophanging verdienden, bijvoorbeeld het stelen van druiven, het slachten van een kip of de handel met Indianen.

In de tweede helft van de 18e eeuw trokken openbare ophangingen in beruchte zaken menigten aan tot 30.000 toeschouwers. Maar onder de invloed van verschillende Europese denkers en filosofen, nam een diepe religieus en filosofische vernieuwing plaats; ideeën over de waardigheid van het menselijke leven, of over de noodzaak van sociale hervormingen en de behoefte om de cyclus van moord en wraak te doorbreken, begonnen grond te winnen in the Verenigde Staten. De ideeën van Italiaanse denker Cesare Beccaria, in het bijzonder, bliezen leven in de beweging voor het afschaffen van de doodstraf en van de slavernij, en vooraanstaande politici zoals Thomas Jefferson en Benjamin Franklin omhelsden zijn zienswijze. Een duidelijke trend om afstand te nemen van lijfstraffen, bijvoorbeeld door zweepslagen, tekende zich af in de samenleving, en het begrip verzachtende omstandigheden, zoals leeftijd, zwakzinnigheid en zelfverdediging, begon in wijde kringen geaccepteerd te worden.

In 1790 werd Pennsylvania de eerste staat die een formele strafrechthervorming invoerde, door sodomie, diefstal en inbraak te schappen uit de lijst van halsmisdaden, en vier jaar later werd het begrip mate van ernst in moordzaken formeel beschreven in het strafrecht, en alleen moord met voorbedachte rade, first-degree murder, bleef strafbaar met de dood. Dat kwam voort uit een compromis met de Quaker gemeenschap, tegenstanders van de doodstraf, en de groeiende bewustwording in die tijden.

De “Bill of Rights” (de eerste tien amendementen op de Amerikaanse grondwet) werd door James Madison geschreven in 1789 en formeel ingevoerd in 1791. Het achtste amendement verbiedt wrede en ongewone straf (“buitensporige borgsommen zullen niet geëist worden, noch zullen buitensporige boetes of wrede en ongewone straffen opgelegd worden). Die laatste woorden zouden een belangrijke rol komen te spelen op verschillende momenten van de geschiedenis van de doodstraf in de Verenigde Staten (zie onder, en ook “Recente ontwikkelingen”).

Een paar decennia later, in 1834, werden alle openbare executies verbannen in Pennsylvania, en snel daarna in alle staten van New England en de Mid- Atlantische regio. De staat Kentucky verbood als laatste alle openbare executies in 1936, toen de allerlaatste openbare ophanging plaats vond. Michigan was de eerste staat, in 1846, die de doodstraf afschafte (behalve voor verraad), en de staten Rhode Island, Wisconsin, Iowa, Maine en Colorado volgden spoedig. De laatste drie, echter, hebben de doodstraf later opnieuw ingevoerd, voor kortere of langere perioden. De afschaffingsideeën werden steeds populairder tot aan het begin van de Burgeroorlog (1861-1865). Na de Burgeroorlog begon het publieke debat zich te concentreren op de burgerrechten, en de hele kwestie van de doodstraf verdween naar de achtergrond. Na een korte periode van liberalisering aan het begin van de 20ste eeuw, veroorzaakte een samenloop van sociale, intellectuele, politieke en economische factoren een ware golf van doodvonnissen en executies tussen de jaren twintig en veertig, met gemiddeld 167 executies per jaar in de jaren dertig.

Deze trend draaide om na de Tweede Wereldoorlog, en de staten Alaska, Hawaii, Iowa, Maine, Massachusetts, West Virginia, Vermont en New York sloten zich aan bij Michigan, Minnesota, North-Dakota, Rhode Island en Wisconsin, om de doodstraf af te schaffen. Een Gallup opiniepeiling gehouden in 1966 liet zien dat de landelijke steun voor de doodstraf was gedaald tot 42%. In 1972, verklaarde de Supreme Court (Hoge Raad) van de Verenigde Staten dat de doodstraf niet in overeenstemming was met de Amerikaanse Grondwet (“wrede en ongewone straf”); zo werd het zwaard van Damocles dat boven de hoofden hing van de toen 629 ter dood veroordeelden verwijderd. Maar vier jaar later werd de doodstraf door dezelfde Hoge Raad weer in ere hersteld. Alle staten die de doodstraf vóór 1972 hanteerden, hebben hem toen opnieuw geïntroduceerd, en de situatie bleef ongewijzigd tot December 2008, toen de staat New Jersey de doodstraf afschafte.

In augustus 2008 hebben veertien staten, plus Puerto Rico en het District of Columbia geen doodstraf in hun strafwetboek, en 36 staten, de Federale Regering en de Amerikaanse Strijdkrachten hebben hem nog wel. Er moet echter benadrukt worden dat de staten New Hampshire en Kansas en de Amerikaanse Strijdkrachten geen executies uitgevoerd hebben sinds 1972, en de Gouverneur van de staat Illinois heeft in januari 2003 alle 167 ter doodveroordeelden clementie verleend en hun straf omgezet in levenslange opsluiting. Ook heeft de Hoge Raad van de staat New York in 2004 verklaard dat executie door dodelijke injectie, die toen werd toegepast, niet in overeenstemming is met de Grondwet van die staat. En omdat geen moeite is gedaan om een alternatieve procedure te vinden, zijn er sinds dat jaar geen doodvonnissen meer uitgevoerd in die staat. Eenzelfde situatie deed zich voor in de staat Nebraska: de Hoge Raad van Nebraska verklaarde in 2008 dat executie door de elektrische stoel de staatsgrondwet schendt, en bij gebrek aan een andere procedure, kent Nebraska geen doodstraf meer.

Tijdens de ambtsperiode van voormalige president Clinton werden twee belangrijke wetten door het Congres aangenomen en bekrachtigd door de president: de “Violent Crime Control and Law Enforcement Act” van 1994, die 60 nieuwe federale misdrijven met de dood strafbaar maakte (waaronder drie die niet met moord of het verlies van mensenleven te maken hebben), en de “Anti- Terrorism and Effective Death Penalty Act (AEDPA) van 1996, die nieuwe hoorzittingen op staatsniveau sterk beperkt voor claims van feitelijke onschuld van mensen die de doodstraf hebben gekregen, en kortere deadlines voorschrijft voor alle habeas corpus claims. Mogelijk als direct resultaat van de AEDPA begon het aantal executies weer te groeien tot het jaar 2000. Sinds 2000 zijn er weer minder executies, maar nog steeds meer dan vóór 1994. Alleen 2008 zal waarschijnlijk met minder executies eindigen vanwege de de facto moratorium dat begon op 25 september 2007 en eindigde na 16 april 2008 (zie onder en ook “Recente ontwikkelingen”).

In augustus 2008 verblijven ongeveer 3265 mannen en vrouwen in de dodencellen van de Verenigde Staten, waarvan 360 in Texas.

De huidige situatie in de wereld

“Het laatste woord van justitie mag niet het executeren van een veroordeelde zijn, het zou betekenen dat we alle geloof in de waardigheid van de mens zijn kwijtgeraakt” - Pascal Clément, 2007, toenmalige franse Minister van Justitie en voormalige voorstander van de doodstraf

Geen jaar gaat voorbij zonder dat minstens één natie de doodstraf afschaft. Sinds de val van het IJzeren Gordijn in 1989, hebben landen in Oost-Europa één voor één de doodstraf uit hun wetboeken gehaald. De Europese Raad eist dat nieuwe lidstaten Protocol 6 van het Europese Verdrag voor de Mensenrechten zo spoedig mogelijk ondertekenen. Protocol 6 verbiedt het toepassen van de doodstraf behalve in tijden van oorlog. Hoewel niet alle zevenenveertig lidstaten het Protocol al bekrachtigd hebben, zijn er geen doodvonnissen meer uitgesproken, noch hebben er executies plaatsgevonden in die landen sinds hun toetreding tot de Europese Raad. Bijvoorbeeld, de doodstraf is nog steeds onderdeel van het Russische strafwetboek, maar er werd geen executie meer in Rusland uitgevoerd sinds 1996, en de regering heeft clementie verleend aan alle ter dood veroordeelden (716) in juni 1999. De Oekraïne, tot dan één van de wereldleiders in aantal executies, heeft Protocol 6 ondertekend in 1999.

De Europese Raad heeft Protocol 13 toegevoegd aan het Verdrag voor de Rechten van de Mens in 2002, dat de doodstraf verbiedt in alle omstandigheden, ook in tijden van oorlog. Ondanks het feit dat het adopteren van Protocol 13 vrijwillig is, werd het al door 40 staten ondertekend en bekrachtigd, en door 5 staten ondertekend (oktober 2008).

In de rest van de wereld, waren de landen met de meeste bevestigde executies in het jaar 2007 China (470), Iran (317), Saoedi Arabië (143) en Pakistan (135). De werkelijke aantalen liggen waarschijnlijk (veel) hoger, in het bijzonder in China en Iran, waar de nieuwsmedia zeer streng door de regering worden gecontroleerd, en waar het vrijwel onmogelijk is voor buitenlandse waarnemers om aan betrouwbare informatie te komen. Van alle volledig ontwikkelde landen in de wereld, passen alleen Singapore, Japan en de Verenigde Staten de doodstraf toe anno 2008.

Vierentwintig jaar geleden, in 1984, waren er 64 landen zonder doodstraf, en in 1996 waren het er 100. In februari 2008 hebben meer dan de helft van alle landen in de wereld de doodstraf uit hun strafwetboeken geschrapt.


DISCLAIMER

De informatie op deze website heeft geen consequenties voor Roger McGowens wettelijke rechten zoals beschreven in de 5de en 6de amendementen van de Amerikaanse Grondwet. Mr. McGowen heeft geen toegang tot deze website, noch kan hij enige controle beoefenen op diens inhoud. Deze site en de informatie hierin wordt gesteund door vrienden van Roger McGowen, en de opinies, informatie en inhoud die op deze site worden aangereikt, zijn zuiver die van hen. Alle aangereikte informatie is in het publieke domein verkregen.